Gratis bedrijfsscan!

Nieuwe huwelijksregels per 2018

Vanaf 1 januari zijn er nieuwe regels als u gaat trouwen. Dan geldt namelijk de beperkte gemeenschap van goederen voor iedereen die gaat trouwen en geen huwelijkse voorwaarden heeft opgesteld. Wat is er veranderd?

Wat betekent dat een beperkte gemeenschap van goederen? En in welk opzicht wijkt dat af van de wettelijke regeling die voorheen gold, de algehele gemeenschap van goederen?

Drie vermogens

Bij een beperkte gemeenschap van goederen, zijn er drie vermogens in plaats van één gemeenschapsvermogen, namelijk: twee privévermogens en het gemeenschappelijk vermogen. De beperkte gemeenschap omvat alle gezamenlijke goederen en gezamenlijke schulden die echtgenoten vóór het huwelijk al hadden en alle goederen en schulden die zij vanaf aanvang van de gemeenschap tot aan de ontbinding van de gemeenschap verkrijgen of maken, met uitzondering van erfenissen of schenkingen. Het privévermogen en de privéschulden van vóór het huwelijk vallen buiten de beperkte gemeenschap.

Vaker privé

Het feit dat er nu standaard drie vermogens zijn, maakt dat u eerder te maken kunt krijgen met de zogenaamde vergoedingsrechten. Hiermee wordt bijvoorbeeld de situatie bedoeld dat privégeld, zoals een ontvangen erfenis, is geïnvesteerd in een gemeenschappelijk goed, zoals de gezamenlijke echtelijke woning en dit bedrag vergoed dient te worden door de gemeenschap aan de echtgenoot die de investering gedaan heeft. Onder de oude wetgeving was dit alleen aan de orde voor zover er sprake is van een erfenis die verkregen is onder een uitsluitingsclausule. Dat wil zeggen dat de overledene in een testament uitdrukkelijk had bepaald dat de erfenis niet in enige gemeenschap zal vallen.

Let op! Nu is het maken van een uitsluitingsclausule door een erflater niet meer nodig. Nu kan wel een insluitingsclausule of gemeenschapsclausule worden gemaakt, indien de erflater wil dat de partner van de erfgenaam ook erft.

Ondernemingsvermogen

Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt buiten de gemeenschap. Als u als ondernemer trouwt, valt uw onderneming dus niet in de beperkte gemeenschap. Veel discussie valt te verwachten ten aanzien van de huidige wettelijke bepaling die ’een redelijke vergoeding’ voor kennis, vaardigheden en arbeid in het kader van die voorhuwelijkse onderneming voorschrijft. De vergoeding wordt voldaan aan de gemeenschap. De vergoeding is aan de orde voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen. Onduidelijk en onzeker is wat een redelijke vergoeding is en hoe dit bepaald wordt.  De huidige wet geeft op dit punt weinig rechtszekerheid. Op het moment dat rechters hierover gaan beslissen, ontstaan er mogelijk richtlijnen. Lastig blijft in hoeverre gevallen met elkaar vergelijkbaar zullen zijn.

De regeling betreffende de redelijke vergoeding geldt zowel voor een eenmanszaak als voor maatschap, vennootschap onder firma, besloten vennootschap of naamloze vennootschap. Bij een eenmanszaak is echter geen sprake van afgescheiden vermogen. Ten aanzien van de andere ondernemingsvormen (buiten de eenmanszaak) geldt deze regeling wanneer de echtgenoot in overwegende mate in staat is te bepalen dat de winst van de onderneming hem of haar toekomt.

Tip: Maak voorafgaand aan het huwelijk duidelijke afspraken over deze vergoeding in huwelijkse voorwaarden of wijk van de wettelijke regeling af in huwelijkse voorwaarden.

Hoe bereken je de WOZ-waarde van een veestal?

Nog even en de nieuwe waardebeschikkingen inzake de WOZ vallen weer in de bus. Maar hoe wordt nu de waarde van agrarisch onroerend goed vastgesteld?

Boerderij

WOZ-beschikking

Aan het begin van ieder jaar vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer in de bus. Op basis hiervan bepaalt de gemeente onder meer uw OZB-heffing. Voor bedrijfsmatig onroerend goed is dat zowel voor de eigenaar als voor de gebruiker. Bent u allebei, dan krijgt u dus twee aanslagen.

Kengetallen VNG

Om de waardebepaling van onroerend goed te vergemakkelijken, heeft de VNG voor gemeentes kengetallen verzameld. Deze zijn van de meeste branches beschikbaar, ook van de agrarische. Op basis van deze kengetallen wordt de WOZ-waarde van een object zo goed mogelijk bepaald.

Let op! De kengetallen zijn volgens de rechter slechts een hulpmiddel bij de waardebepaling. De gemeente moet rekening houden met de specifieke aspecten van uw onroerende zaak.

Diversiteit

De kengetallen zijn erg divers en houden rekening met zoveel mogelijk aspecten. Zoals de soort grond, de ligging van de onroerende zaak en de gebruikte bouwmaterialen.

Pluimveestal

Onlangs kwam voor de rechter in Den Bosch de vraag aan de orde hoe de waarde van een pluimveestal moet worden bepaald. Ook hiervoor waren kengetallen het uitgangspunt, maar diende rekening gehouden te worden met het feit dat het asbesthoudende dak van de stallen in de loop der tijd was vernieuwd. De taxateur was daarom uitgegaan van gemiddelde cijfers, waar de rechter mee instemde.

Tip: Bent u het niet eens met de vastgestelde waarde door de gemeente, zorg dan voor een deugdelijke tegentaxatie. Dit kan lonen.

In bovengenoemde zaak had de eigenaar van de pluimveestallen geen taxatie laten uitvoeren en kon zijn waardes dus onvoldoende onderbouwen. De rechter volgde dan ook de waardebepaling door de gemeente.

Jeugd-LIV: nieuwe tegemoetkoming bij jonge minimumloners

Het jeugd-LIV is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon. Dat betekent extra loonkosten voor werkgevers. Daarom krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2018 het jeugd-LIV voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen.

Voorwaarden jeugd-LIV

Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer heeft een gemiddeld uurloon dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor zijn leeftijd.
  • De werknemer was op 31 december van het voorafgaande jaar 18, 19, 20 of 21 jaar.

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

Bedragen jeugd-LIV

Heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV? Dan krijgt de werkgever een bedrag per verloond uur. Het bedrag per uur verschilt per leeftijd. Hoeveel het voordeel precies is, hangt af van zowel het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer.

Leeftijd op
31-12-2017 
Jeugd-LIV
per werknemer
per verloond uur 
Maximaal jeugd-LIV per
werknemer per jaar 
18 jaar € 0,23 € 478,40
19 jaar € 0,28 € 582,40
20 jaar € 1,02 € 2.121,60
21 jaar € 1,58 € 3.286,40

In 2018 is het jeugd-LIV 1,5 keer zo hoog als in 2019. Dit komt omdat het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 werd verhoogd, terwijl het jeugd-LIV pas per 1 januari 2018 is ingevoerd.

De eis van minimaal 1.248 verloonde uren van het LIV geldt niet voor het jeugd-LIV.

Let op! Een werkgever die gebruik maakt van bbl-leerlingen kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.

Let op! Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen, terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

Let op! Bij de premiekortingen bestond de mogelijkheid om achteraf alsnog een korting te claimen als men dit vergeten was. Voor de loonkostenvoordelen geldt dit niet! Als niet op tijd aan de vereisten wordt voldaan, kan achteraf geen beroep meer worden gedaan op een loonkostenvoordeel. Het op tijd signaleren van de mogelijkheden is dus van groot belang.

Extraatje voor uw (klein)kind? Schenk fiscaal vrij!

Kan uw kind een financieel ruggensteuntje goed gebruiken? Bijvoorbeeld bij het kopen van een eigen huis of bij het starten van een eigen bedrijf. Of wilt u uw kleinkind graag ‘gewoon’ een keer een extraatje geven? Misschien wilt u uw vermogen slim verdelen om erfbelasting in de toekomst te beperken. En heeft u dat dit jaar nog niet gedaan? Maak dan nu nog gebruik van de fiscale mogelijkheden voor 2017.

Fiscaal vrije bedragen

  • Als grootouder mag u uw kleinkind jaarlijks vrij van recht een bedrag schenken. Voor 2017 is dit bedrag € 2.129.
  • Als ouder kunt u uw kind jaarlijks vrij van recht een bedrag schenken. Voor 2017 is dit bedrag € 5.320.
  • Schenkt u aan een kind dat tussen de 18 en 40 jaar oud is (of van wie de partner jonger is dan 40 jaar), dan kan deze vrijstelling voor één keer worden verhoogd naar € 25.526 (2017).
  • Voor schenkingen ten behoeve van een kostbare studie of opleiding kan de vrijstelling zelfs eenmalig worden verhoogd naar € 53.176 (2017).

Schenken voor een eigen woning

Betreft het een schenking voor de eigen woning dan bedraagt de schenkingsvrijstelling € 100.000. In dat geval moet uw kind de schenking gebruiken voor:

  • de aankoop van een eigen woning,
  • de verbetering of het onderhoud van de eigen woning,
  • het afkopen van de erfpachtcanon bij zijn eigen woning met erfpacht, of
  • het aflossen van zijn eigenwoningschuld of de restschuld die is ontstaan na verkoop van zijn woning.

Tip: Het is ook mogelijk om de schenking van € 100.000 voor de eigen woning te spreiden over drie achtereenvolgende jaren. Van dit bedrag mag uw kind € 25.526 vrij besteden. Het restant moet binnen drie jaar na de eerste schenking worden besteed aan de eigen woning.

Let op! Wilt u aan uw kind € 100.000 schenken voor de eigen woning, laat u dan vooraf goed informeren. Er gelden namelijk wel wat voorwaarden waar zowel u als uw kind zich aan moeten houden. Het bedrag van de schenking moet bijvoorbeeld daadwerkelijk zijn betaald en u moet dit schriftelijk kunnen aantonen. Schenking onder schuldigerkenning is hier dus niet mogelijk.

U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om méér dan het vrijgestelde bedrag te schenken. Over het meerdere is uw kind dan wel schenkbelasting (10 tot 20%) verschuldigd.

Let op! Het kan gebeuren dat een schenking via het huwelijksgoederenregime of een samenlevingscontract onbedoeld bij de schoonfamilie van uw (klein)kind terechtkomt. Dit kunt u voorkomen door bij de schenking een uitsluitingsclausule op te nemen zodat de schenking eigendom blijft van uw (klein)kind. Door het schenken van vermogen aan uw kind kan het op enig moment ook gebeuren dat uw financiële draagkracht onder druk komt te staan. Wilt u schenken zonder financieel afhankelijk te worden van uw kind, dan kunt u ook schenken onder de voorwaarde dat deze door u herroepen kan worden.

Schenkingsbedrag (nog) niet direct beschikbaar?

U wilt schenken, maar u wilt of kunt nog niet het gehele bedrag in contanten aan uw kind geven. Een mogelijkheid is een notariële schuldigerkenning uit vrijgevigheid, ook wel bekend als papieren schenking. U erkent een bedrag schuldig te zijn aan uw kind dat pas opeisbaar is na uw overlijden. Voordeel is dat u blijft beschikken over het (geschonken) vermogen en liquiditeiten en toch handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting.

Tegelijkertijd bent u vrij om tussentijds op de schuld af te lossen en daarmee uw kind geld te verstrekken. Om met deze schenking ook erfbelasting te besparen, moet u uw kind wel jaarlijks daadwerkelijk 6% rente betalen. Via rente en aflossing ontvangt uw kind dan financiële ondersteuning.

Dit jaar hoogste belastingkorting bij afkoop pensioen in eigen beheer

Weet u al wat u met uw pensioen in eigen beheer wenst te gaan doen? Gaat u voor afkoop en heeft u nog niets geregeld, dan kan het verstandig zijn er nu vaart achter te zetten. U kunt in 2017 namelijk nog profiteren van de hoogste belastingkorting.

Keuzemogelijkheid

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen meer opbouwen in eigen beheer. De komende drie jaar staat u voor de keuze wat u met het reeds in eigen beheer opgebouwde pensioen wenst te gaan doen. U kunt kiezen tussen:

  • afkopen met een belastingkorting;
  • omzetten in een oudedagsverplichting;
  • het pensioen in eigen beheer ongewijzigd laten, maar wel zonder verdere opbouw.

Afkoop met korting

Kiest u voor afkoop dan is dit belast, maar u krijgt wel een belastingkorting. In 2017 is deze korting met 34,5% het hoogst. Er is dan loonheffing verschuldigd over 65,5% van de fiscale waarde van de pensioenaanspraak op 31 december 2015. De waardestijgingen na die datum zijn volledig belast. In 2018 bedraagt de belastingkorting nog 25%. In 2019 is deze verder gedaald naar 19,5%.

Nog dit jaar!?

Als u dus kiest voor afkoop is het, gezien de belastingkorting, wellicht verstandig om dat nog dit jaar te doen. Dan is wel enige haast geboden. Ook uw partner en eventueel uw ex-partner moeten namelijk nog instemmen met de afkoop, aangezien dit ook gevolgen heeft voor zijn of haar pensioenrechten. Uw (ex-)partner zal hierover moeten worden geadviseerd. Verder moet u binnen één maand na de afkoop van uw opgebouwde pensioen in eigen beheer, de Belastingdienst van uw keuze op de hoogte stellen. Dit speciale informatieformulier moet ook door uw (ex-)partner worden ondertekend.

De nieuwe Loonkostenvoordelen: Bent u er klaar voor?

Met ingang van 1 januari 2018 worden de premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer vervangen door een loonkostenvoordeel (LKV). Dit levert u een aantrekkelijke tegemoetkoming op als u een uitkeringsgerechtigde oudere in dienst neemt of iemand met een arbeidsbeperking. Mogelijk moet u dit dan nog wel veiligstellen in 2017.

Loonkostenvoordelen

RolstoelMet ingang van 2018 zijn er vier nieuwe loonkostenvoordelen (LKV’s) voor werkgevers. In uw aangifte loonheffingen kunt u, mits voldaan aan de voorwaarden, een verzoek doen voor de volgende tegemoetkomingen:

  • LKV oudere werknemer (56+)
  • LKV arbeidsgehandicapte werknemer
  • LKV doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden
  • LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

De loonkostenvoordelen vervangen de premiekorting oudere werknemer en de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. De premiekorting jongere werknemer wordt niet vervangen en vervalt dus definitief per 1 januari 2018.

Let op!
De voorwaarden waaraan moet worden voldaan verschilt per loonkostenvoordeel. Voor alle LKV’s geldt dat de werkgever voor de werknemer een doelgroepverklaring moet hebben.

Vergoeding

Hoeveel loonkostenvoordeel u ontvangt, hangt af van de doelgroep waartoe uw werknemer behoort. Betreft het een oudere werknemer (56 jaar of ouder), een arbeidsgehandicapte werknemer of is sprake van de herplaatsing van een arbeidsgehandicapte werknemer, dan bedraagt het maximale loonkostenvoordeel per kalenderjaar voor die werknemer € 6.000 voor maximaal drie jaar. Betreft het een werknemer uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden dan is het loonkostenvoordeel maximaal € 2.000 voor maximaal één jaar.

Veiligstellen

Voldoen u en de werknemer aan alle voorwaarden en heeft u in uw administratie een doelgroepverklaring, dan kunt u in de aangifte loonheffingen van 2018 het betreffende loonkostenvoordeel aanvragen. U doet dit door in de loonaangifte de indicatie ‘LKV’ op ‘ja’ te zetten. In 2019 stelt de Belastingdienst het definitieve loonkostenvoordeel voor 2018 vast.

Tip: Zorg dat u voor het einde van 2017 voldoet aan alle formaliteiten, om in 2018 te kunnen profiteren van de loonkostenvoordelen.

Heeft u nu recht op een premiekorting oudere werknemer of een premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer dan heeft u vanaf 2018 mogelijk ook recht op een loonkostenvoordeel. Dat moet u dan nog wel dit jaar veiligstellen. Dit doet u door ervoor te zorgen dat u in de laatste aangifteperiode van 2017 de premiekorting toepast.

Tip: Wilt u meer weten over de vanaf 2018 geldende loonkostenvoordelen, de voorwaarden die hieraan verbonden zijn en hoe u hiervoor in aanmerking komt, neem dan contact met ons op.

Afkoop pensioen in eigen beheer zonder uitbetaling

Heeft u ervoor gekozen om uw pensioen in eigen beheer af te kopen, dan is deze afkoop belast. Wel profiteert u van een belastingkorting. Hoe hoog die is, hangt af van het afkoopmoment.

PensioenMaar wat nu als uw bv de netto afkoopsom niet aan u uitbetaalt maar schuldig blijft? Uit antwoorden van de Belastingdienst blijkt dat deze schuldigerkenning geen effect heeft op het te betalen belastingbedrag bij afkoop.

Afkoop met belastingkorting

Nu het niet langer is toegestaan om pensioen in eigen beheer op te bouwen, heeft u de keuzemogelijkheid om u reeds in eigen beheer opgebouwde pensioen in 2017, 2018 of 2019 tegen de fiscale waarde af te kopen. Deze afkoop is belast, maar u krijgt wel een belastingkorting. In 2017 is dit 34,5%. Er is dan loonheffing verschuldigd over 65,5% van de fiscale waarde van de pensioenaanspraak op 31 december 2015. De waardestijgingen na die datum zijn volledig belast. In 2018 bedraagt de belastingkorting 25% en in 2019 19,5%.

De bv moet over het afkoopbedrag (afkoopwaarde minus de belastingkorting) loonheffing inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Dit afkoopbedrag kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking. Bovendien moet uw bv de netto afkoopsom aan u uitbetalen.

Schuldigerkenning

Stel nu dat de bv niet voldoende financiële middelen heeft en daarom deze afkoopsom aan u schuldig blijft. U krijgt dan een vordering op uw bv. Gezien de financiële situatie is deze vordering lager dan de nominale waarde van de netto afkoopsom. Dat roept de vraag op of voor de berekening van de verschuldigde loonheffing bij afkoop mag worden uitgegaan van deze lagere waarde. Het antwoord is nee. De lagere waarde is niet van invloed op de verschuldigde belasting. Er moet gewoon loonheffing worden ingehouden en afgedragen over de afkoopwaarde van de pensioenaanspraak minus de belastingkorting, ongeacht de beperkte financiële middelen van de bv.

Advieswijzer Nieuw huwelijksvermogensrecht

Huwelijkse voorwaarden van nog groter belang!

De nieuwe wet

Vanaf 1 januari 2018 kunt u nog alleen in algehele gemeenschap van goederen trouwen als u dit afspreekt bij huwelijkse voorwaarden. Als u niets met elkaar regelt, krijgt u automatisch te maken met de beperkte gemeenschap van goederen.

Let op! Dit geldt op voorwaarde dat het Nederlandse recht op uw geval van toepassing is. Als u bijvoorbeeld meerdere of een andere nationaliteit(en) hebt of als u direct na uw huwelijk in het buitenland bent gaan wonen, kan het zijn dat Nederlands recht op uw geval helemaal niet van toepassing is. U dient zich in dat geval goed te laten voorlichten over de vraag of het Nederlands huwelijksvermogensrecht in uw geval wel geldt.

Tip: Ook in zo’n geval kunnen huwelijkse voorwaarden overigens uitkomst bieden, doordat u hierin expliciet kunt kiezen voor de toepassing van bijvoorbeeld het Nederlands huwelijksvermogensrecht. Dit voorkomt een hoop discussies of onduidelijkheid achteraf.

Let op! Raadpleeg tijdig een deskundige die de gevolgen kan overzien als uw situatie ‘iets internationaals’ heeft.

Drie vermogens

handtekening huwelijkUitgangspunt van de nieuwe wettelijke regeling van de beperkte gemeenschap van goederen, is dat er drie vermogens zijn in plaats van één gemeenschapsvermogen, namelijk: het privévermogen van de één, het privévermogen van de ander en het gemeenschappelijk vermogen. De gemeenschap omvat alle gezamenlijke goederen en gezamenlijke schulden die echtgenoten voor het huwelijk al hadden en alle goederen en schulden die zij vanaf aanvang van de gemeenschap tot aan de ontbinding van de gemeenschap verkrijgen of maken, met uitzondering van erfenissen of schenkingen. Het privévermogen en de privéschulden van voor het huwelijk vallen buiten de gemeenschap.

Vaker privé

Het feit dat er straks standaard drie vermogens zijn, maakt dat u eerder te maken kunt krijgen met de zogenaamde vergoedingsrechten. Hiermee wordt bijvoorbeeld de situatie bedoeld dat privégeld, zoals een ontvangen erfenis, is geïnvesteerd in een gemeenschappelijk goed zoals de echtelijke woning en dit bedrag vergoed dient te worden door de gemeenschap. Onder de huidige wetgeving is dit voorbeeld alleen aan de orde voor zover er sprake is van een erfenis die verkregen is onder een uitsluitingsclausule. Dat wil zeggen: de overledene heeft in een testament uitdrukkelijk bepaald dat de erfenis niet in enige gemeenschap zal vallen.

Let op! Vanaf 1 januari 2018 is het maken van een uitsluitingsclausule door een erflater niet meer nodig. Straks kan wel een insluitingsclausule of gemeenschapsclausule worden gemaakt, indien iemand wil dat de partner van de erfgenaam ook erft.

Onderneming

Voorhuwelijks ondernemingsvermogen valt niet in de gemeenschap. Als u als ondernemer in het huwelijk treedt, valt de onderneming dus niet in de beperkte gemeenschap. Veel discussie valt in de praktijk te verwachten ten aanzien van de nieuwe wettelijke bepaling die een redelijke vergoeding voor kennis, vaardigheden en arbeid in het kader van die voorhuwelijkse onderneming voorschrijft. De vergoeding dient voldaan te worden aan de gemeenschap.

De redelijke vergoeding is aan de orde voor zover een dergelijke vergoeding niet al op andere wijze ten bate van beide echtgenoten komt of is gekomen. Onduidelijk en onzeker is wat ‘een redelijke vergoeding’ is en hoe dit precies bepaald dient te worden. Op het moment dat rechters zich hierover gaan uitlaten, ontstaan op dit punt wellicht richtlijnen. Lastig is echter in hoeverre aan de rechter voorgelegde gevallen vergelijkbaar met elkaar zullen zijn.

Tip: Maak voorafgaand aan het huwelijk afspraken over de invulling van het begrip ‘redelijke vergoeding’ of wijk af van de wettelijke regeling in huwelijkse voorwaarden.

Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat dit vergoedingsrecht kan worden vastgesteld aan de hand van de toegenomen waarde van het privévermogen. Ook dient het vertrekpunt in kaart te worden gebracht: wat was de waarde van de voorhuwelijkse onderneming ten tijde van de huwelijksvoltrekking? Op welke grondslag heeft deze waardering plaatsgevonden? Heeft deze waardering plaatsgevonden door een professional waar beide echtgenoten vertrouwen in hebben?

Tip: Wanneer u de rechtsonzekerheid die de nieuwe wetgeving op punt met zich brengt zo veel mogelijk wilt voorkomen, doet u er verstandig aan huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Tip: Leg het vermogen of de waarde van de onderneming en het privévermogen van partijen voor het huwelijk nauwkeurig vast.

Winst

Opmerking verdient verder dat de winst van een voorhuwelijkse onderneming (die dus zelf niet in de beperkte gemeenschap valt) die nodig is om de kosten van de huishouding te voldoen, wel in de gemeenschap valt. Dit geldt ook voor loon in geval van een werknemer. Voor verliezen, die een ondernemer met een voorhuwelijkse onderneming leidt gedurende het huwelijk, is de echtgenoot van de ondernemer evenwel niet verantwoordelijk.

Bonnetjescultuur

De nieuwe wet vraagt om een nauwkeurige administratie van de echtgenoten. U moet beiden kunnen bewijzen dat er sprake is van een privégoed aan de hand van de geldstroom. Wanneer u dit niet kunt bewijzen gaat de wet ervan uit dat een goed in de gemeenschap valt.

Tip: Voer een nauwkeurige administratie en zorg ervoor dat geldstromen te herleiden zijn.

Woning

Stel: u woont samen en hebt een woning die voor 80% van u is en voor 20% van uw partner. Als u gaat trouwen wordt de eigendomsverhouding van deze woning 50/50. Als u de ongelijke verhouding wilt handhaven, omdat u bijvoorbeeld privégeld in de woning gestopt hebt en hier niet zomaar afstand van wenst te doen, dan dient u huwelijkse voorwaarden te laten opstellen.

Tip: Wees alert op eigendomsverhoudingen die voor het huwelijk niet 50/50 zijn en laat – indien gewenst – huwelijkse voorwaarden maken.

Schulden

De nieuwe wetgeving heeft gevolgen voor de positie van schuldeisers. Privéschuldeisers die een vordering op een echtgenoot in privé hebben en niet op de gemeenschap hebben vanaf 2018 een sterkere positie. Het duidelijkst wordt dit aan de hand van een voorbeeld.

Stel: een man heeft voor het huwelijk een privéschuld bij zijn zus van € 10.000, -. Deze schuld is dus niet in de gemeenschap gevallen. De gemeenschap omvat een boot met een waarde van € 16.000, – en een auto met een waarde van € 8.000, -. De zus van de man heeft een vonnis van de rechtbank verkregen, de man betaalt niet en de zus laat beslag leggen op de boot. In 2017 kan de zus beslag laten leggen op de boot, haar schuld incasseren en het restant van € 6.000, – vloeit terug in de gemeenschap. De gemeenschap heeft in 2017 dus nog € 6.000, – cash en een auto.

Vanaf 2018 verloopt dit anders. De zus van de man kan dan nog steeds beslag laten leggen op de boot, na verkoop van de boot mag komt slechts de helft aan de zus toe, dus € 8.000, -, de rest is voor de vrouw van de man en valt vervolgens buiten de gemeenschap. De zus heeft dus nog steeds een (restant)vordering op de man. De zus kan daarna beslag laten leggen op de auto, de auto wordt dan verkocht. De zus van de man komt nog € 2.000, – toe. De andere helft van de opbrengst van het uitgewonnen goed, een bedrag van € 4.000, – komt toe aan de vrouw van de man en gaat tot het privévermogen van de vrouw behoren. De gemeenschap ontvangt het bedrag van € 2.000, -, dat resteert na betaling van de schuld aan de zus. De gemeenschap bestaat dan in 2018 dus nog maar uit € 2.000, – cash.

WBSO-vereenvoudiging voor werkgevers op komst

In de Belastingplannen voor 2018 is een vereenvoudiging opgenomen voor de WBSO. Als innovatieve werkgever kunt u in 2019 eenvoudiger de gerealiseerde S&O-uren en gemaakte kosten en uitgaven doorgeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Verplichte mededeling

De voorgestelde vereenvoudiging is een administratieve lastenverlichting. Wanneer u gebruik heeft gemaakt van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk), moet u binnen drie kalendermaanden na afloop van het aanvraagjaar de gerealiseerde uren aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O-uren) en de gerealiseerde kosten en uitgaven (als u heeft gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’) doorgeven aan RVO.nl. Deze verplichte WBSO-mededeling moet nu nog per afgegeven S&O-verklaring, maar dat gaat veranderen. De mededeling kan straks voor alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk.

U merkt overigens pas vanaf 2019 iets van deze vereenvoudiging. Voor de in 2017 ontvangen S&O-verklaringen blijft de verplichte mededeling nog zoals die nu is. U moet dus vóór 1 april 2018 de gemaakte uren (en eventuele kosten en uitgaven) doorgeven per S&O-verklaring.

Let op! Bent u zelfstandig ondernemer, dan hoeft u alleen een mededeling te doen als u in een jaar minder dan 500 S&O-uren heeft gerealiseerd.

In 2018 ook kinderopvangtoeslag voor peuterspeelzaal

Vanaf 1 januari 2018 worden alle peuterspeelzalen kinderdagverblijven. Dat betekent dat u als werkende ouder mogelijk ook kinderopvangtoeslag kunt aanvragen als uw kind naar de peuterspeelzaal gaat.

Kinderopvangtoeslag

De kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming voor werkende ouders met jonge kinderen die naar de kinderopvang gaan. De overheid draagt bij aan de kosten van kinderopvang. Hoe hoog de toeslag is, hangt af van de hoogte van het inkomen van de ouders, het aantal kinderen en de soort opvang.

Tip: Gaat uw kind naar de peuterspeelzaal en voldoet u aan de voorwaarden, vraag dan vanaf 1 november 2017 de kinderopvangtoeslag aan via Belastingdienst/Toeslagen.

Let op! U krijgt geen kinderopvangtoeslag over de uren die de gemeente vergoedt. De toeslag geldt namelijk alleen voor de uren die u zélf betaalt. Informeer dan ook bij de peuterspeelzaal of de gemeente meebetaalt.